Art. 38 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen, Algemene bepalingen
Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
1. Geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de indeling der geschillen en de draagwijdte der voorbehouden, worden aan het Internationale Gerechtshof voorgelegd. Een geschilpunt betreffende de verplichting van een Verdragsluitende Partij, een bepaald geschil al dan niet aan scheidsrechterlijke regeling te onderwerpen, kan slechts aan het Hof worden voorgelegd binnen een termijn van drie maanden nadat de ene partij aan de andere haar voornemen van scheidsrechterlijke regeling gebruik te maken, heeft kenbaar gemaakt. Na deze termijn van drie maanden behoort zulk een geschilpunt tot de bevoegdheid van het Scheidsgerecht. De uitspraak van het Hof is bindend voor de instantie welke het geschil behandelt.
2. Gebruikmaking van de diensten van het Internationale Gerechtshof overeenkomstig bovenstaande bepalingen heeft opschorting der desbetreffende verzoeningsprocedure of scheidsrechterlijke procedure tot gevolg, totdat de beslissing van het Hof bekend is.
Vorige artikelen
- Artikel 33 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 34 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 35 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 36 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 37 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen