Art. 8 Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996), gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, Overdracht

Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996), gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben

1. Ter bevordering van de doelstellingen van dit Protocol, verplicht elke Hoge Verdragsluitende Partij zich ertoe:

a. geen mijnen over te dragen waarvan het gebruik bij dit Protocol is verboden;

b. geen mijnen over te dragen aan een ontvanger, niet zijnde een staat of een orgaan van een staat dat bevoegd is deze te ontvangen;

c. terughoudendheid te betrachten bij de overdracht van mijnen waarvan het gebruik bij dit Protocol is beperkt. In het bijzonder verbindt iedere Hoge Verdragsluitende Partij zich ertoe geen anti-personeelmijnen over te dragen aan staten die niet door dit Protocol zijn gebonden, tenzij de ontvangende staat ermee instemt dit Protocol toe te passen; en

d. ervoor in te staan dat elke overdracht overeenkomstig dit artikel geschiedt met volledige inachtneming, door zowel de overdragende als de ontvangende staat, van de relevante bepalingen van dit Protocol en de toepasselijke normen van het internationale humanitaire recht.

2. Indien een Hoge Verdragsluitende Partij verklaart dat zij naleving van de specifieke bepalingen met betrekking tot het gebruik van bepaalde mijnen, zoals is geregeld in de Technische Bijlage, uitstelt, blijft het eerste lid, onder a), van dit artikel, echter op die mijnen van toepassing.

3. Alle Hoge Verdragsluitende Partijen onthouden zich, zolang dit Protocol nog niet in werking is getreden, van alle handelingen die in strijd zouden zijn met het eerste lid, onder a), van dit artikel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen