Art. 69 PCT, Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling
a. Onverminderd de paragrafen b tot en met e vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling aan zodra zij beschikt over al het volgende:
i. het verzoek;
ii. het (volledige) verschuldigde bedrag voor de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling, met inbegrip van, indien van toepassing, de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis.2; en
iii. hetzij het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, hetzij de verklaring door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dat er geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld en het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis.1;
tenzij de aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling uit te stellen totdat de toepasselijke termijn ingevolge Regel 54bis.1a is verstreken.
b. Indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, kan de internationale voorlopige beoordeling, indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie zulks wenst en met inachtneming van de paragrafen d. en e., op hetzelfde tijdstip aanvangen als het internationale nieuwheidsonderzoek.
b-bis. Indien, in overeenstemming met paragraaf b, het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die optreedt als zowel de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek als de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst aan te vangen en oordeelt dat aan alle in artikel 34, tweede lid, onder c., i. tot en met iii. genoemde voorwaarden is voldaan, behoeft dat nationaal bureau of die intergouvernementele organisatie, in zijn of haar hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, geen schriftelijk oordeel ingevolge Regel 43bis. 1 op te stellen.
c. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat wijzigingen ingevolge artikel 19 in aanmerking moeten worden genomen (Regel 53.9 a i), begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij een afschrift van de desbetreffende wijzigingen heeft ontvangen.
d. Indien in de verklaring inzake wijzigingen wordt vermeld dat de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling dient te worden uitgesteld (Regel 53.9 b), vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aan vóór de zich het eerst voordoende van de volgende situaties:
i. voordat zij een afschrift van de wijzigingen ingevolge artikel 19 heeft ontvangen;
ii. voordat zij een kennisgeving van de aanvrager heeft ontvangen dat hij geen wijzigingen ingevolge artikel 19 wenst door te voeren; of
iii. het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 46.1
e. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen ingevolge artikel 34 zijn ingediend, begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij de wijzigingen heeft ontvangen of voordat de termijn vastgesteld in de in Regel 60.1 g bedoelde uitnodiging is verstreken, naar gelang van welke datum het eerst valt.
69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:
i. 28 maanden te rekenen van de datum van voorrang, of
ii. zes maanden, te rekenen vanaf het tijdstip ingevolge Regel 69.1 voor de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling; of
iii. zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van de ingevolge Regel 55.2 verstrekte vertaling,