Art. 50 PCT, Bevoegdheid ingevolge artikel 22, derde lid
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
50.1. Uitoefening van bevoegdheid
a) Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke later verstrijkt dan de in artikel 22, eerste of tweede lid, bepaalde termijnen, dient het Internationale Bureau de vastgestelde termijnen mede te delen.
b) Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen mededeling wordt door het Internationale Bureau onverwijld bekendgemaakt in het mededelingenblad.
c) Mededelingen over de verkorting van de voordien vastgestelde termijn hebben rechtsgevolgen voor de internationale aanvragen, ingediend na het verstrijken van 3 maanden na de datum waarop de mededeling door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
d) Mededelingen over de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht op het tijdstip van de bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van internationale aanvragen die op dat tijdstip aanhangig zijn of die na de datum van deze bekendmaking zijn ingediend, dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de mededeling doet een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.