Art. 37 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, Diverse bepalingen
Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
Elk Lid, welks wetgeving loontrekkenden beschermt, kan, voor zover noodzakelijk, van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen:
a. personen die gelegenheidswerk verrichten;
b. inwonende gezinsleden van de werkgever, voor zover zij voor hem werkzaam zijn;
c. andere groepen loontrekkenden, waarvan het aantal niet groter mag zijn dan 10 procent van het totaal der loontrekkenden, anderen dan zij die met toepassing van de alinea's a en b van dit artikel zijn uitgezonderd.
Vorige artikelen
- Artikel 32 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 33 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 34 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 35 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 36 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
Volgende artikelen
- Artikel 38 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 39 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 40 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 41 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 42 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen