Art. 31 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, Gemeenschappelijke bepalingen

Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

1. De uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom of aan nagelaten betrekkingen kunnen onder voorgeschreven voorwaarden worden geschorst indien de gerechtigde betaalde arbeid verricht.

2. De contributieve uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom of aan nagelaten betrekkingen kunnen worden verminderd wanneer de inkomsten uit arbeid van de gerechtigde een voorgeschreven bedrag te boven gaan; de vermindering van de uitkeringen mag echter niet meer bedragen dan het bedrag van de inkomsten uit arbeid.

3. De niet-contributieve uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom of aan nagelaten betrekkingen kunnen worden verminderd wanneer de inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of zijn andere inkomsten, of deze beide te zamen, een voorgeschreven bedrag te boven gaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen