Art. 16 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, Ouderdomsuitkeringen
Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
1. Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
a. alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen; of
b. voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 procent uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking; of
c. alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, niet overschrijden.
2. Wanneer een verklaring afgelegd overeenkomstig artikel 4 van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:
a. voorgeschreven groepen loontrekkenden welke ten minste 25 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
b. voorgeschreven groepen loontrekkenden in industriële ondernenemingen, welke ten minste 50 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 12 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 13 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 14 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 15 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
Volgende artikelen
- Artikel 17 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 18 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 19 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 20 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
- Artikel 21 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen