Art. 21 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, Uitkeringen aan nagelaten betrekkingen

Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

1. De verzekerde eventualiteit moet omvatten het verlies van bestaansmiddelen door de weduwe of de kinderen tengevolge van het overlijden van hun kostwinner.

2. Het recht van een weduwe op een uitkering aan nagelaten betrekkingen kan afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat zij een voorgeschreven leeftijd heeft bereikt. Deze leeftijd mag niet hoger zijn dan die welke is voorgeschreven voor het recht op ouderdomsuitkering.

3. Echter mag geen enkele eis met betrekking tot de leeftijd worden gesteld:

a. wanneer de weduwe invalide is in de voorgeschreven zin; of

b. wanneer de weduwe een kind van de overledene te haren laste heeft.

4. Voor een weduwe zonder kinderen kan voor het verkrijgen van recht op een uitkering aan nagelaten betrekkingen een minimumduur van het huwelijk worden vereist.

Vorige artikelen

Volgende artikelen