Art. 27 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, Ziekengeld
Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
1. In geval van overlijden van een persoon die ziekengeld ontving of die aanspraak kon maken op ziekengeld, zoals bedoeld in artikel 18, moet overeenkomstig de voorgeschreven voorwaarden aan zijn nabestaanden, aan andere personen, die door hem werden onderhouden of aan degene, voor wiens rekening de begrafeniskosten zijn gekomen, een begrafenisuitkering worden verleend.
2. Een Lid kan van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken wanneer:
(a) het de verplichtingen heeft aanvaard van deel IV van het Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, 1967;
(b) het uitkeringspercentage van het ziekengeld, dat door zijn wettelijke regeling wordt verleend niet lager is dan 80% van het loon van de beschermde personen; en
(c) de meerderheid van de beschermde personen de garantie hebben van een vrijwillige verzekering, die onder toezicht staat van de overheid en die voorziet in een begrafenisuitkering.
Vorige artikelen
- Artikel 22 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 23 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 24 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 25 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 26 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Volgende artikelen
- Artikel 28 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 29 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 30 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 31 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 32 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte