Art. 26 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, Ziekengeld
Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
1. Het ziekengeld als bedoeld in artikel 18, moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit; de duur van de uitkering mag evenwel beperkt worden tot ten minste 52 weken per ziektegeval, al naar is voorgeschreven.
2. Wanneer een ingevolge artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is mag de duur van de uitkering van ziekengeld, zoals bedoeld in artikel 18, beperkt worden tot ten minste 26 weken per ziektegeval, indien zulks is voorgeschreven.
3. Wanneer de wettelijke regeling van een Lid erin voorziet, dat het ziekengeld slechts mag worden verleend na afloop van een wachttijd, mag deze wachttijd niet langer zijn dan de eerste drie dagen van inkomstenderving.
Vorige artikelen
- Artikel 21 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 22 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 23 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 24 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 25 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Volgende artikelen
- Artikel 27 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 28 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 29 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 30 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 31 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte