Art. 16 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, Geneeskundige verzorging
Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
1. De in artikel 8 bedoelde geneeskundige verzorging moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit.
2. Wanneer een rechthebbende niet meer tot een van de groepen van beschermde personen behoort, kan een verdere aanspraak op geneeskundige verzorging voor een ziektegeval dat aangevangen is toen hij nog tot de bedoelde groep behoorde, beperkt worden tot een voorgeschreven periode die niet korter mag zijn dan 26 weken met dien verstande dat de geneeskundige verzorging niet mag eindigen, zolang de rechthebbende nog ziekengeld ontvangt.
3. Ongeacht het bepaalde in het vorige lid moet de duur van de geneeskundige verzorging voor ziekten, waarvan erkend wordt, dat ze een langdurige verzorging nodig maken, verlengd worden.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 12 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 13 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 14 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 15 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Volgende artikelen
- Artikel 17 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 18 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 19 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 20 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 21 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte