Art. 11 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, Geneeskundige verzorging
Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Wanneer een krachtens artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is, moeten met betrekking tot de in alinea (a) van artikel 7 bedoelde eventualiteit tot de beschermde personen worden gerekend:
(a) voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, alsmede de vrouwen en kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden; of
(b) voorgeschreven groepen van loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen, alsmede de echtgenoten en de kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden.
Vorige artikelen
- Artikel 6 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 7 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 8 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 9 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 10 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Volgende artikelen
- Artikel 12 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 13 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 14 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 15 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 16 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte