Art. 7 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, Training voor terrorisme
Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „training voor terrorisme”, het geven van instructie voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel het plegen van of bijdragen aan het plegen van een terroristisch misdrijf, in de wetenschap dat beoogd wordt de verstrekte vaardigheden daarvoor in te zetten.
2. Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om training voor terrorisme, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Vorige artikelen
- Artikel 2 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 3 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 4 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 5 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 6 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Volgende artikelen
- Artikel 8 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 9 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 10 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme