Art. 10 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, Aansprakelijkheid van rechtspersonen
Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
1. Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om, in overeenstemming met haar rechtsbeginselen, de aansprakelijkheid te vestigen van rechtspersonen voor deelneming aan de strafbare feiten als omschreven in de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag.
2. Met inachtneming van de rechtsbeginselen van de Partij, kan deze aansprakelijkheid van rechtspersonen strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.
3. Deze aansprakelijkheid geldt onverminderd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de natuurlijke personen die de strafbare feiten hebben gepleegd.
Vorige artikelen
- Artikel 5 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 6 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 7 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 8 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 9 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Volgende artikelen
- Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 13 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 14 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 15 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme