Art. 6 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, Werving voor terrorisme
Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „werving voor terrorisme” verstaan, het aansporen van een andere persoon een terroristisch misdrijf te plegen of daaraan deel te nemen, of zich aan te sluiten bij een organisatie of groep met het doel bij te dragen aan het plegen van een of meer terroristische misdrijven door de organisatie of de groep.
2. Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om werving voor terrorisme, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
Vorige artikelen
- Artikel 1 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 2 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 3 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 4 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 5 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Volgende artikelen
- Artikel 7 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 8 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 9 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 10 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme