Art. 25 COTIF, Verjaring

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1. De op deze Uniforme Regelen gegronde rechtsvorderingen verjaren door verloop van drie jaar.

§ 2. De verjaring neemt een aanvang op de dag waarop de schade is ontstaan.

§ 3. In geval van dood van personen verjaren de rechtsvorderingen door verloop van drie jaar te rekenen van de dag na het overlijden, doch van ten hoogste vijf jaar te rekenen van de dag na de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt.

§ 4. Een regresvordering door een aansprakelijk gestelde persoon kan zelfs na verloop van de in § 1 bedoelde verjaringstermijn worden ingesteld, indien zulks geschiedt binnen de termijn die hiervoor is bepaald in de wet van de Staat waar de procedure is aangevangen. Deze termijn kan echter niet korter zijn dan negentig dagen te rekenen van de dag waarop de persoon die de regresvordering instelt, de vordering buiten rechte heeft geregeld of zelf betekening van de dagvaarding heeft ontvangen.

§ 5. De verjaring wordt geschorst, wanneer de partijen bij het geschil een bemiddelingsprocedure overeenkomen of de zaak aanhangig maken bij een in Titel V van het Verdrag voorgeschreven scheidsgerecht.

§ 6. Overigens geldt voor de schorsing en de stuiting van de verjaring het nationale recht.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen