Art. 5bis COTIF, Wetgeving die onverlet blijft

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1. De bepalingen van artikel 5 alsmede die van de artikelen 6, 7 en 22 laten de verplichtingen waaraan de partijen bij de gebruiksovereenkomst van de infrastructuur moeten voldoen uit hoofde van de wetten en voorschriften die van kracht zijn in de Staat waarin de infrastructuur zich bevindt, onverlet; hetzelfde geldt, in voorkomend geval, voor het recht van de Europese Unie.

§ 2. De bepalingen van de artikelen 8 en 9 laten de verplichtingen waaraan de partijen bij de gebruiksovereenkomst van de infrastructuur moeten voldoen in een Lidstaat van de Europese Unie of in een Staat waar het recht van de Europese Unie van toepassing is uit hoofde van internationale overeenkomsten met de Europese Unie, onverlet.

§ 3. De bepalingen van §§ 1 en 2 betreffen in het bijzonder:

– tussen spoorwegondernemingen of gemachtigde aanvragers en infrastructuurbeheerders te sluiten overeenkomsten,

– het verstrekken van vergunningen,

– veiligheidscertificering,

– verzekering,

– tarifering, daarbij inbegrepen prestatieregelingen teneinde vertragingen en verstoringen tot een minimum te beperken en de prestaties van het spoorwegnetwerk te verbeteren,

– schadevergoedingsregelingen ten gunste van klanten en

– regeling van geschillen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen