Art. 38 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel, Procedure
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
1. De evaluatieprocedure heeft betrekking op de Partijen bij het Verdrag en wordt in rondes verdeeld die een door GRETA bepaalde duur hebben. Aan het begin van iedere ronde kiest GRETA de specifieke voorwaarden waarop de evaluatieprocedure moet worden gebaseerd.
2. GRETA stelt het meest geschikte middel vast om deze evaluatie uit te voeren. GRETA kan in het bijzonder voor elke evaluatieronde een vragenlijst aannemen, die als basis kan dienen voor de evaluatie van de uitvoering door de Partijen van dit Verdrag. Een dergelijke vragenlijst wordt aan alle Partijen verzonden. De Partijen beantwoorden deze vragenlijst alsmede elk ander verzoek om informatie van GRETA.
3. GRETA kan het maatschappelijk middenveld om informatie verzoeken.
4. GRETA kan ter ondersteuning landenbezoeken organiseren, in samenwerking met de nationale autoriteiten en de door hen benoemde „contactpersoon” en, indien noodzakelijk, met behulp van onafhankelijke nationale experts. Tijdens deze bezoeken kan GRETA worden bijgestaan door specialisten op specifieke gebieden.
5. GRETA stelt een conceptrapport op met haar analyse van de uitvoering van de bepalingen waarop de evaluatie is gebaseerd, alsmede haar suggesties en voorstellen voor de wijze waarop de desbetreffende Partij de vastgestelde problemen kan aanpakken. Het conceptrapport wordt voor commentaar verzonden naar de Partij waarop de evaluatie betrekking heeft. Haar commentaar wordt door GRETA meegenomen bij de vaststelling van haar rapport.
6. Op deze basis neemt GRETA haar rapport en conclusies aan betreffende de door de desbetreffende Partij genomen maatregelen om de bepalingen van dit Verdrag uit te voeren. Dit rapport en de conclusies worden naar de desbetreffende Partij en het Comité van de Partijen gezonden. Het rapport en de conclusies van GRETA worden vanaf de aanneming ervan openbaar gemaakt, tezamen met het eventuele commentaar van de desbetreffende Partij.
7. Onverminderd de procedure omschreven in het eerste tot en met het zesde lid van dit artikel, kan het Comité van de Partijen, op basis van het rapport en de conclusies van GRETA, aan deze Partij gerichte aanbevelingen aannemen
a. betreffende de maatregelen die genomen moeten worden om de conclusies van GRETA te implementeren, en indien nodig een datum vaststellen waarop informatie over de implementatie moet worden ingediend, en
b. gericht op het bevorderen van samenwerking met die Partij ten einde dit Verdrag uit te voeren.
Vorige artikelen
- Artikel 33 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 34 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 35 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 36 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 37 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Volgende artikelen
- Artikel 39 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 40 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 41 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 42 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 43 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel