Art. 43 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel, Toetreding tot het Verdrag
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
1. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, na raadpleging en verkrijging van unanieme instemming van de Partijen bij dit Verdrag, elke Staat die geen lid is van de Raad van Europa en die niet heeft deelgenomen aan de opstelling van het Verdrag, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden, door een door de meerderheid als voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa genomen besluit en door de unanieme stemming door de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers.
2. Ten aanzien van elke toetredende Staat treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 38 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 39 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 40 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 41 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 42 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Volgende artikelen
- Artikel 44 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 45 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 46 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 47 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel