Art. 33 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel, Maatregelen die betrekking hebben op bedreigde of vermiste personen
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
1. Wanneer een Partij, op basis van de informatie waarover zij beschikt, redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het leven, de vrijheid of de lichamelijke integriteit van een in artikel 28, eerste lid, bedoelde persoon in direct gevaar is op het grondgebied van een andere Partij, doet de partij die deze informatie heeft, deze, in een dergelijk noodgeval, onverwijld aan de andere Partij toekomen zodat deze passende beschermingsmaatregelen kan treffen.
2. De Partijen bij dit Verdrag kunnen overwegen hun samenwerking te intensiveren bij het zoeken naar vermiste personen, in het bijzonder vermiste kinderen, indien zij op basis van de beschikbare informatie vermoeden dat zij het slachtoffer van mensenhandel zijn. De Partijen kunnen hiertoe bilaterale of multilaterale verdragen met elkaar sluiten.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 28 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 29 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 30 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 31 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 32 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Volgende artikelen
- Artikel 34 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 35 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 36 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 37 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
- Artikel 38 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel