Art. 6 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Vrouwen met een handicap
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
1. De Staten die Partij zijn erkennen dat vrouwen en meisjes met een handicap onderworpen zijn aan meervoudige discriminatie en nemen in dat verband maatregelen om hen op voet van gelijkheid het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden te garanderen.
2. De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om de volledige ontwikkeling, positieverbetering en mondigheid van vrouwen te waarborgen, teneinde hen de uitoefening en het genot van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, vervat in dit Verdrag, te garanderen.
Vorige artikelen
- Artikel 1 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 2 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 3 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 4 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 5 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 7 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 8 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 9 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 10 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 11 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap