Art. 99 EOV, Inhoud van het beroepschrift en van de memorie met de gronden
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag) (EOV)
1. Het beroepschrift dien te bevatten:
a. de naam en het adres van de appellant zoals bepaald in regel 41, tweede lid, onderdeel c;
b. vermelding van de bestreden beslissing; en
c. een verzoek waarin het onderwerp van het beroep wordt vastgelegd.
2. In de memorie met de gronden van het beroep dient de appellant uiteen te zetten op welke gronden de bestreden beslissing dient te worden herroepen of in hoeverre deze zou moeten worden gewijzigd, alsmede de feiten en bewijzen waarop het beroep is gegrond.
3. Deel III van het Uitvoeringsreglement is van overeenkomstige toepassing op het beroepschrift, de memorie met de gronden en de in de beroepsprocedure ingediende stukken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 18 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1192
- Hof 's-Gravenhage 29 maart 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9490
- Conclusie A-G van Peursem 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:262
- Conclusie A-G Verkade 22 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ1081
- Conclusie A-G Huydecoper 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2774
- Hof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1100
- Hof Den Haag 16 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1129