Art. VIII IPPC, Internationale samenwerking
Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPPC)
1. De Verdragsluitende Partijen werken zo veel als praktisch uitvoerbaar is samen om de doeleinden van dit Verdrag te bereiken, in het bijzonder door:
a) samen te werken bij de uitwisseling van informatie over plantenziekten en -plagen, met name de melding van het voorkomen, het uitbreken of het verspreiden van ziekten en plagen die een direct of potentieel gevaar kunnen vormen, in overeenstemming met eventueel door de Commissie op te stellen procedures;
b) deel te nemen, voor zover praktisch uitvoerbaar, aan speciale campagnes ter bestrijding van ziekten en plagen die een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de teelt van gewassen en internationaal optreden noodzakelijk maken om de noodtoestand het hoofd te bieden; en
c) samen te werken, voor zover praktisch uitvoerbaar, bij het verschaffen van technische en biologische informatie benodigd voor risicoanalyses van ziekten en plagen.
2. Elke Verdragsluitende Partij wijst een contactpunt aan voor de uitwisseling van informatie die verband houdt met de uitvoering van dit Verdrag.