Art. VII IPPC, Vereisten met betrekking tot invoer

Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPPC)

1. Met het doel het binnendringen en/of de verspreiding van gereguleerde ziekten binnen hun grondgebieden te voorkomen, hebben de Verdragsluitende Partijen het soevereine recht het binnenlaten van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen, in overeenstemming met de van toepassing zijnde internationale overeenkomsten, aan bepaalde regelingen te onderwerpen en mogen derhalve:

a) fytosanitaire maatregelen voorschrijven en aannemen met betrekking tot de invoer van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen, met inbegrip van, bijvoorbeeld, onderzoek, het verbieden van de invoer, en behandeling;

b) planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen of zendingen daarvan die niet voldoen aan de onder a) voorgeschreven of aangenomen fytosanitaire maatregelen, weigeren binnen te laten, vasthouden, of eisen dat deze worden behandeld, vernietigd of van het grondgebied van de Verdragsluitende Partij worden verwijderd;

c) het verkeer van gereguleerde ziekten en plagen op hun grondgebied verbieden of beperken;

d) het verkeer van biologische bestrijdingsagentia en andere organismen van fytosanitair belang waarvan men beweert dat deze nuttig zijn, op hun grondgebied verbieden of beperken.

2. Teneinde ingrijpen in de internationale handel zo veel mogelijk te beperken, verbindt iedere Verdragsluitende Partij zich ertoe, bij de uitoefening van haar recht ingevolge het eerste lid, te handelen in overeenstemming met het volgende:

a) De Verdragsluitende Partijen mogen, krachtens hun fytosanitaire wetgeving, geen van de maatregelen nemen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, tenzij zulke maatregelen noodzakelijk zijn geworden uit fytosanitaire overwegingen en technisch gerechtvaardigd zijn.

b) Indien een Verdragsluitende Partij fytosanitaire eisen, beperkingen of verboden aanneemt, dient zij deze onmiddellijk bekend te maken en te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Partijen die naar haar mening rechtstreeks betrokken kunnen zijn bij deze maatregelen.

c) Op verzoek daartoe doen de Verdragsluitende Partijen aan elke Verdragsluitende Partij opgave van reden van de fytosanitaire eisen, beperkingen en verboden.

d) Indien een Verdragsluitende Partij eist dat zendingen bepaalde planten of plantaardige producten slechts via bepaalde plaatsen van binnenkomst mogen worden ingevoerd, dienen zulke plaatsen zo te worden gekozen dat zij de internationale handel niet onnodig bemoeilijken. De Verdragsluitende Partij dient een lijst van zulke plaatsen van binnenkomst bekend te maken en deze mede te delen aan de Secretaris, de regionale organisatie ter bescherming van planten waarvan de Verdragsluitende Partij lid is en alle andere Verdragsluitende Partijen die naar de mening van de Verdragsluitende Partij rechtstreeks betrokken zijn, en, op verzoek daartoe, aan andere Verdragsluitende Partijen. Dergelijke beperkingen ten aanzien van plaatsen van binnenkomst mogen niet worden opgelegd, tenzij de desbetreffende planten, plantaardige producten of andere gereguleerde artikelen vergezeld moeten gaan van fytosanitaire certificaten of aan onderzoek of behandeling dienen te worden onderworpen.

e) Elk onderzoek of elke andere fytosanitaire procedure die wordt verlangd door de organisatie voor de bescherming van planten van een Verdragsluitende Partij ten aanzien van zendingen planten, plantaardige producten of andere gereguleerde artikelen die voor invoer worden aangeboden, moet zo snel mogelijk plaatsvinden, waarbij rekening dient te worden gehouden met hun bederfelijkheid.

f) Importerende Verdragsluitende Partijen brengen de betrokken exporterende Verdragsluitende Partij of, indien van toepassing, de betrokken re-exporterende Verdragsluitende Partij zo snel mogelijk op de hoogte van opmerkelijke gevallen van niet-naleving van de fytosanitaire certificering. De betrokken exporterende Verdragsluitende Partij of, indien van toepassing de betrokken re-exporterende Verdragsluitende Partij dient een onderzoek in te stellen en, op verzoek, van de uitslag van haar onderzoek verslag uit te brengen aan de betrokken importerende Verdragsluitende Partij.

g) De Verdragsluitende Partijen stellen uitsluitend fytosanitaire maatregelen in die technisch gerechtvaardigd zijn en in overeenstemming zijn met het ziekte- of plaagrisico, en die de minst beperkende maatregelen zijn die beschikbaar zijn en die zo min mogelijk het internationale verkeer van mensen, goederen en vervoermiddelen belemmeren.

h) De Verdragsluitende Partijen dragen er zorg voor dat, bij veranderende omstandigheden en nieuwe feiten, de fytosanitaire maatregelen onmiddellijk worden gewijzigd of ingetrokken indien deze onnodig worden bevonden.

i) De Verdragsluitende Partijen dragen er zo goed mogelijk zorg voor dat zij lijsten van gereguleerde ziekten en plagen opstellen en bijhouden, met gebruikmaking van de wetenschappelijke namen, en deze ter beschikking stellen aan de Secretaris, de regionale organisaties voor de bescherming van planten waarvan zij lid zijn en, op verzoek, aan andere Verdragsluitende Partijen;

j) De Verdragsluitende Partijen zullen zo goed mogelijk toezicht houden op ziekten en plagen en adequate gegevens verzamelen en bijhouden over de ontwikkeling van de ziekte of plaag teneinde de onderverdeling van ziekten in categorieën te ondersteunen, en voor de ontwikkeling van passende fytosanitaire maatregelen. Deze gegevens worden op verzoek aan de Verdragsluitende Partijen ter beschikking gesteld.

3. Een Verdragsluitende Partij kan de in dit artikel bedoelde maatregelen toepassen op ziekten die mogelijk niet in staat zijn zich te vestigen op haar grondgebied, maar, indien zij haar grondgebied zouden binnenkomen, economische schade zouden veroorzaken. De tegen deze ziekten en plagen getroffen maatregelen moeten technisch gerechtvaardigd zijn.

4. De Verdragsluitende Partijen kunnen de in dit artikel bedoelde maatregelen alleen op transito-goederen door hun grondgebied toepassen wanneer deze maatregelen technisch gerechtvaardigd zijn en noodzakelijk zijn voor de voorkoming van het binnendringen en/of de verspreiding van ziekten en plagen.

5. Niets in dit artikel weerhoudt importerende Verdragsluitende Partijen ervan speciale voorzieningen op te stellen, met inachtneming van gepaste waarborgen, ten aanzien van de invoer, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, onderwijs of andere specifieke doeleinden, van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde artikelen en van plantenziekten en -plagen.

6. Niets in dit artikel weerhoudt een Verdragsluitende Partij ervan de passende noodmaatregelen te nemen naar aanleiding van het ontdekken van een ziekte of plaag die een potentiële bedreiging voor haar grondgebied betekent, of de melding van een dergelijke ontdekking. Deze maatregelen worden zo snel mogelijk geëvalueerd teneinde ervoor zorg te dragen dat de voortzetting hiervan wordt gerechtvaardigd. De genomen maatregelen worden onmiddellijk gemeld aan de betrokken Verdragsluitende Partijen, aan de Secretaris en aan alle regionale organisaties voor de bescherming van planten waarvan de Verdragsluitende Partij lid is.

Vorige artikelen

Volgende artikelen