Art. 4 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Deklijn
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
De deklijn is een horizontale lijn met een lengte van 300 mm en een dikte van 25 mm. Zij wordt midscheeps aan elke zijde van het schip aangebracht en haar bovenkant valt in de regel samen met de snijlijn van het doorgestrookte bovenvlak van het vrijboorddek met de buitenzijde van de huid (zie afbeelding 4.1); de deklijn kan evenwel worden aangebracht in relatie tot een ander vast punt op het schip op voorwaarde dat het vrijboord een overeenkomstige correctie ondergaat. De plaats van dit punt en de vaststelling van het vrijboorddek moeten in alle gevallen worden aangeduid op het Internationale Certificaat van Uitwatering.
Vorige artikelen
- Artikel 1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 2 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 2-1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 3 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 5 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 6 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 7 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 8 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 9 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966