Art. 37 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Aftrek voor bovenbouw en trunk
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. Wanneer de in rekening te brengen lengte van een bovenbouw en trunk 1 L is, is de aftrek van het vrijboord 350 mm bij schepen met een lengte van 24 m, 860 mm bij schepen met een lengte van 85 m en 1070 mm bij schepen met een lengte van 122 m en daarboven. Voor de tussenliggende lengten wordt de aftrek verkregen door middel van lineaire interpolatie.
2. Wanneer de totale in rekening te brengen lengte van een bovenbouw en trunk kleiner is dan 1 L, is de aftrek een uit de volgende tabel verkregen percentage: Voor de tussenliggende lengten van de bovenbouw en trunk worden de percentages verkregen door middel van lineaire interpolatie.
Totale in rekening te brengen lengte van bovenbouw en trunk
0
0,1 L
0,2 L
0,3 L
0,4 L
0,5 L
0,6 L
0,7 L
0,8 L
0,9 L
1 L
Aftrekpercentage voor alle typen bovenbouw
0
7
14
21
31
41
52
63
75,3
87,7
100
3. Voor schepen van het type B waarbij de in rekening te brengen lengte van een bak minder dan 0,07 L is, is geen aftrek toegestaan.
Vorige artikelen
- Artikel 32-1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 33 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 34 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 35 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 36 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 38 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 39 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 40 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 41 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 42 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966