Art. 33 SOLAS, Noodsituaties: verplichtingen en procedures

Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS)

1. De kapitein van een schip op zee dat zich in een positie bevindt die hulpverlening mogelijk maakt, is gehouden, wanneer hij informatie, uit welke bron ook, ontvangt dat mensen op zee in nood verkeren, met de meeste spoed deze mensen te hulp te komen, hen of de opsporings- en reddingsdienst zo mogelijk daaromtrent inlichtende. Deze verplichting tot het bieden van bijstand is van toepassing ongeacht de nationaliteit of status van deze personen of de omstandigheden waaronder zij worden gevonden. Indien het schip dat het noodsignaal ontvangt niet in staat is of het, in de bijzondere omstandigheden van het geval, onredelijk of onnodig acht hen te hulp te komen, moet de kapitein in het logboek vermelden om welke reden hij de in nood verkerende personen niet te hulp is gekomen en, met inachtneming van de aanbeveling van de Organisatie, de betreffende opsporings- en reddingsdienst hiervan op de hoogte brengen.

1-1. De Verdragsluitende Regeringen coördineren en werken samen om te waarborgen dat kapiteins van schepen die bijstand verlenen door op zee in nood verkerende personen aan boord te nemen, waarbij verder zo min mogelijk wordt afgeweken van de voorgenomen reis van het schip, van hun verplichtingen worden ontheven, mits het ontheffen van de kapitein van het schip van de verplichtingen uit hoofde van dit voorschrift de veiligheid van mensenlevens op zee niet nader in gevaar brengt. De Verdragsluitende Regering die verantwoordelijk is voor de opsporing en redding in de regio waar deze bijstand wordt geboden, is de hoofdverantwoordelijke voor het in gang zetten van deze coördinatie en samenwerking, zodat de overlevenden aan wie bijstand werd geboden van het bijstand verlenende schip worden ontscheept en naar een veilig onderkomen worden gebracht, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden van het geval en van de door de Organisatie opgestelde richtsnoeren. In deze gevallen zorgen de desbetreffende Verdragsluitende Regeringen ervoor dat deze ontscheping zo spoedig plaatsvindt als redelijkerwijze mogelijk is.

2. De kapitein van een in nood verkerend schip of de desbetreffende opsporings- en reddingsdienst hebben het recht, na voor zover mogelijk de kapiteins te hebben geraadpleegd van de schepen die zijn oproep om hulp hebben beantwoord, één of meer van deze schepen die hij het beste in staat acht hulp te verlenen daartoe op te vorderen, en het is de plicht van de kapitein van het opgevorderde schip of de kapiteins van de opgevorderde schepen gevolg te geven aan de opvordering door met de meeste spoed het te hulp komen van de in nood verkerende personen voort te zetten.

3. Kapiteins van schepen zijn ontheven van de krachtens paragraaf 1 op hen rustende verplichting wanneer zij vernemen dat hun schip niet is opgevorderd en dat één of meer andere schepen zijn opgevorderd en aan de opvordering gevolg geven. Dit besluit moet, indien mogelijk, aan de andere opgevorderde schepen en aan de opsporings- en reddingsdienst worden medegedeeld.

4. De kapitein van een schip is ontheven van de krachtens paragraaf 1 op hem rustende verplichting en, indien zijn schip opgevorderd is, van de krachtens paragraaf 2 op hem rustende verplichting, indien hem door de in nood verkerende personen of door de opsporings- en reddingsdienst of door de kapitein van een ander schip dat deze personen heeft bereikt, wordt medegedeeld dat hulpverlening niet langer nodig is.

5. De bepalingen van dit voorschrift maken geen inbreuk op het „Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende hulp en berging op zee”, gesloten te Brussel op 23 september 1910, in het bijzonder wat betreft de verplichting tot hulpverlening, opgenomen in artikel 11 van dat Verdrag.

6. De kapiteins van schepen die op zee in nood verkerende personen aan boord hebben genomen, behandelen deze personen, binnen de mogelijkheden en beperkingen van het schip, op menswaardige wijze.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen