Art. 25-1 SOLAS, Waterniveaudetectoren op schepen met meerdere laadruimen, anders dan bulkcarriers en tankschepen

Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS)

1. Schepen met meerdere laadruimen, anders dan bulkcarriers en tankschepen, gebouwd op of na 1 januari 2024 moeten zijn uitgerust met waterniveaudetectoren in elk ruim dat bestemd is voor droge lading. Waterniveaudetectoren zijn niet vereist in laadruimen die zich volledig boven het vrijboorddek bevinden.

2. De in paragraaf 1 vereiste waterniveaudetectoren moeten:

.1. op de brug hoorbare en zichtbare alarmsignalen geven, een wanneer het waterniveau boven de bodem van het laadruim een hoogte van ten minste 0,3 m bereikt en een ander op een hoogte die niet minder is dan 15% van de diepte van het laadruim maar niet meer dan 2 m; en

.2. worden aangebracht aan het achterste einde van de laadruimen. Bij laadruimen die soms worden gebruikt voor waterballast mag een voorziening worden gemonteerd waarmee het alarm kan worden uitgeschakeld. De visuele alarmen moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de twee verschillende waterniveaus die in elk ruim worden gemeten.

3. Als alternatief voor de waterniveaudetector op een hoogte van ten minste 0,3 m conform sub-paragraaf 2.1, wordt ook een lenswateralarm voor de lenspompinrichtingen zoals vereist door voorschrift 35-1 en geïnstalleerd in de lensputten van de laadruimen of een andere geschikte locatie aanvaardbaar geacht, mits:

.1. het lenswateralarm wordt aangebracht op een hoogte van ten minste 0,3 m aan het achterste einde van het laadruim; en

.2. het lenswateralarm op de brug een hoorbaar en zichtbaar alarm geeft dat duidelijk afwijkt van het alarm dat wordt gegeven door de andere waterniveaudetector die in het laadruim is aangebracht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen