Art. 43a MARPOL, Bijzondere vereisten voor het gebruik en het vervoer van olie als brandstof in Arctische wateren
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij (MARPOL)
1. Met uitzondering van schepen die ingezet worden bij het waarborgen van de veiligheid van schepen of bij een opsporings- en reddingsoperatie, en parate schepen bestemd voor de bestrijding van olielekkages, is het gebruik en vervoer van de olieproducten vermeld in voorschrift 43.1.2 van deze Bijlage als brandstof voor schepen verboden in Arctische wateren, zoals omschreven in voorschrift 46.2 van deze Bijlage, op of na 1 juli 2024.
2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 van dit voorschrift, is voor schepen waarop voorschrift 12A van deze Bijlage of voorschrift 1.2.1 van hoofdstuk 1 van deel II-A van de Polar Code van toepassing is, het gebruik en vervoer van in voorschrift 43.1.2 van deze Bijlage genoemde olieproducten als brandstof voor deze schepen verboden in Arctische wateren, zoals omschreven in voorschrift 46.2 van deze Bijlage, op of na 1 juli 2029.
3. Indien voorgaande activiteiten gepaard gingen met het gebruik en vervoer van de in voorschrift 43.1.2 van deze Bijlage genoemde olieproducten als brandstof, is het reinigen of spoelen van de tanks of pijpleidingen niet vereist.
4. Niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 van dit voorschrift, kan de Administratie van een Partij bij dit Verdrag waarvan de kustlijn aan de Arctische wateren grenst tijdelijk ontheffing verlenen van de vereisten van paragraaf 1 van dit voorschrift voor schepen die de vlag voeren van die Partij die opereren in wateren die onder de soevereiniteit of de rechtsmacht van die Partij vallen, rekening houdend met de door de Organisatie op te stellen richtlijnen. Geen enkele ontheffing die ingevolge deze paragraaf is verleend is meer van toepassing op of na 1 juli 2029.
5. De Administratie van een Partij bij dit Verdrag die de toepassing van paragraaf 4 van dit voorschrift toestaat, doet de Organisatie onverwijld de bijzonderheden van de ontheffing toekomen voor toezending aan de Partijen bij dit Verdrag ter kennisneming en voor het eventueel nemen van passende maatregelen.