Art. 6 MARPOL, Afgifte van of aantekening op certificaten en conformverklaringen inzake het rapporteren van het brandstofolieverbruik en de operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij (MARPOL)
1. Een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging (IAPP) wordt afgegeven na een eerste of hernieuwd onderzoek in overeenstemming met de bepalingen van voorschrift 5 van deze Bijlage aan:
1. elk schip met een brutotonnage van 400 ton en meer, dat reizen maakt naar havens of laad- of losplaatsen buitengaats onder de rechtsmacht van andere Partijen; en
2. platforms en boorinstallaties die reizen maken naar wateren onder de soevereiniteit of de rechtsmacht van andere Partijen.
2. Aan een schip gebouwd voor de datum van inwerkingtreding van deze Bijlage voor de Administratie van het betreffende schip dient uiterlijk op de datum van de eerstvolgende geplande droogzetting in een dok na de inwerkingtreding ervan maar in geen geval later dan drie jaar na die datum, een IAPP-certificaat in overeenstemming met paragraaf 1 van dit voorschrift te worden afgegeven.
3. Dit certificaat wordt afgegeven of hierop wordt een aantekening gemaakt hetzij door de Administratie, hetzij door een daartoe door haar naar behoren gemachtigde persoon of organisatie. In alle gevallen neemt de Administratie de volle verantwoordelijkheid voor het certificaat op zich.
4. Een Internationaal certificaat betreffende energie-efficiëntie voor het schip wordt na een onderzoek in overeenstemming met de bepalingen van voorschrift 5.4 van deze Bijlage afgegeven aan elk schip met een brutotonnage van 400 en meer voordat dit schip reizen mag maken naar havens of laad- of losplaatsen buitengaats onder de rechtsmacht van andere partijen.
5. Het certificaat wordt afgegeven of hierop wordt een aantekening gemaakt hetzij door de Administratie, hetzij door een daartoe door haar naar behoren gemachtigde organisatie. In alle gevallen neemt de Administratie de volle verantwoordelijkheid voor het certificaat op zich.
6. Na ontvangst van de ingevolge voorschrift 27.3 van deze Bijlage gerapporteerde gegevens en de bereikte jaarlijkse operationele KII ingevolge voorschrift 28.2 van deze Bijlage zal de Administratie of de door haar naar behoren gemachtigde organisatie:
1. bepalen of de gegevens zijn gerapporteerd in overeenstemming met voorschrift 27 van deze Bijlage;
2. verifiëren of de gerapporteerde bereikte jaarlijkse operationele KII is gebaseerd op de gegevens die zijn ingediend in overeenstemming met voorschrift 27 van deze Bijlage;
3. op basis van de gerapporteerde bereikte jaarlijkse operationele KII, de operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit van het schip bepalen in overeenstemming met voorschrift 28.6 van deze Bijlage; en
4. een conformverklaring inzake het rapporteren van het brandstofolieverbruik en operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit ten behoeve van het schip afgeven uiterlijk vijf maanden na aanvang van het kalenderjaar, na bepaling en verificatie ingevolge de voorschriften 6.6.1 tot en met 6.6.3 van deze Bijlage. In alle gevallen neemt de Administratie de volle verantwoordelijkheid voor de conformverklaring op zich.
7. Na ontvangst van de ingevolge de voorschriften 27.4, 27.5 of 27.6 van deze Bijlage gerapporteerde gegevens bepaalt de Administratie of een door haar naar behoren gemachtigde organisatie onverwijld of de gegevens in overeenstemming met voorschrift 27 gerapporteerd zijn, en geeft, indien dit het geval is, ten behoeve van het schip een conformverklaring af. In alle gevallen neemt de Administratie de volle verantwoordelijkheid voor de conformverklaring op zich.
8. Onverminderd paragraaf 6 van dit voorschrift wordt voor een schip dat gedurende drie opeenvolgende jaren een D-classificatie heeft gekregen of dat overeenkomstig voorschrift 28 van deze Bijlage een E-classificatie heeft gekregen, geen conformverklaring afgegeven, tenzij een plan van corrigerende maatregelen naar behoren is uitgewerkt en in het SEEMP is weergegeven en door de Administratie of een door haar naar behoren gemachtigde organisatie is geverifieerd overeenkomstig de voorschriften 28.7 en 28.8 van deze Bijlage.