Art. 5 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, BEVOEGDHEID
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
1. De gerechtelijke of administratieve autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft, zijn bevoegd maatregelen te nemen die strekken tot de bescherming van diens persoon of vermogen.
2. In geval van verplaatsing van de gewone verblijfplaats van de volwassene naar een andere Verdragsluitende Staat, zijn de autoriteiten van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats bevoegd.