Art. 3 CMNI, Inontvangstneming, vervoer en aflevering van de goederen
Verdrag van Boedapest inzake de Overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI)
1. De vervoerder is verplicht de goederen binnen de gestelde termijn naar de plaats van aflevering te vervoeren en deze bij de geadresseerde af te leveren in dezelfde staat als waarin hij ze heeft overhandigd gekregen.
2. Tenzij anders is overeengekomen vinden de inontvangstneming en aflevering van de goederen plaats aan boord van het schip.
3. De vervoerder bepaalt welk schip moet worden gebruikt. Hij is verplicht, voorafgaand aan en bij aanvang van de reis, er naar behoren op toe te zien dat het schip, rekening houdend met de te vervoeren goederen, geschikt is om de lading in te nemen, geschikt is om te varen en voorzien is van de ingevolge de geldende regelgeving vereiste uitrusting en bemanning en dat de voor het vervoer van de betrokken goederen vereiste nationale en internationale vergunningen aanwezig zijn.
4. Indien is overeengekomen het vervoer te verrichten met een bepaald schip of een bepaald type schip, is de vervoerder, zonder toestemming van de afzender, slechts gerechtigd de goederen geheel of gedeeltelijk te laden of over te laden op een ander schip of een ander type schip,
a. bij omstandigheden zoals laagwater, aanvaringen of andere stremmingen van het scheepsverkeer die ten tijde van het sluiten van de vervoerovereenkomst niet te voorzien waren en die het laden of overladen van de goederen noodzakelijk maken voor de uitvoering van de vervoerovereenkomst en wanneer de vervoerder niet binnen een passende termijn instructies van de afzender kan verkrijgen, of
b. wanneer dit in overeenstemming is met de gebruiken in de haven waarin het schip zich bevindt.
5. Onverminderd de verplichtingen van de afzender, staat de vervoerder ervoor in dat het laden, het stuwen en het vastzetten van de goederen de veiligheid van het schip niet in gevaar brengt.
6. De vervoerder mag de goederen slechts vervoeren op het dek of in open ruimen indien dit met de afzender is overeengekomen of indien dit in overeenstemming is met het handelsgebruik of vereist is op grond van geldende voorschriften.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 22 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4219
- Rb. Rotterdam 24 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6449
- Rb. Rotterdam 20 augustus 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6975
- Rb. Rotterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8830
- Rb. Rotterdam 15 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6429
- Rb. Rotterdam 21 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5219
- Rb. Rotterdam 28 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:9530
- Rb. Rotterdam 13 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2841
- Rb. Rotterdam 25 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:7562
- Rb. Rotterdam 26 juni 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5079
- Rb. Rotterdam 30 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9227
- Hof Den Haag 29 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1414
- Hof Den Haag 23 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:439