Art. 2.27 BVIE, Vervallenverklaring van het recht
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE)
1. Een merk kan vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven:
a. door toedoen of nalaten van de merkhouder de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een waar of dienst waarvoor het is ingeschreven;
b. als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder, of met instemming van de merkhouder, voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, het publiek kan misleiden, met name wat betreft de aard, de hoedanigheid of de plaats van herkomst van deze waren of diensten.
2. Een merk kan tevens vervallen worden verklaard wanneer er geen normaal gebruik van is gemaakt overeenkomstig artikel 2.23bis.
3. Het verval van een merkrecht op grond van lid 2, kan niet meer worden ingeroepen, wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de in artikel 2.23bis bedoelde periode van vijf jaren en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt. Begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden voorafgaand aan de instelling van de vordering tot vervallenverklaring wordt echter niet in aanmerking genomen, indien de voorbereiding van het begin van gebruik of van hernieuwd gebruik pas wordt getroffen nadat de merkhouder er kennis van heeft genomen dat een vordering tot vervallenverklaring zou kunnen worden ingesteld.
4. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 3 niet meer kan worden ingeroepen, kan zich niet ingevolge 2.20, lid 1, sub a, b en c, verzetten tegen gebruik van een merk waarvan de aanvraag is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van lid 2.
5. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 3 niet meer kan worden ingeroepen, kan niet overeenkomstig het in artikel 2.28, lid 2, bepaalde de nietigheid inroepen van de inschrijving van een merk, waarvan de aanvraag is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van lid 2.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4915
- Rb. 's-Gravenhage 5 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9089
- Rb. Noord-Nederland 11 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1515
- Conclusie A-G van Peursem 21 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2196
- Hof 's-Gravenhage 3 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0685
- Hof 's-Gravenhage 23 februari 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9875
- Hof 's-Gravenhage 6 oktober 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BO0840
- Rb. 's-Hertogenbosch 18 april 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA3149
- Rb. Rotterdam 4 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:7817
- Rb. Overijssel 27 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3796
- Rb. Overijssel 11 februari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:800
- Rb. Overijssel 25 juni 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:3547
- Rb. Overijssel 25 juni 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:3523
- Rb. Oost-Brabant 5 juli 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3508
- Rb. Noord-Holland 11 februari 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:7078
- Rb. Den Haag 5 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1269
- Rb. Den Haag 22 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7643
- Rb. Den Haag 11 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2248
- Rb. Den Haag 26 maart 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5268
- Rb. Den Haag 9 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15035