Rb. Noord-Holland 11 februari 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:7078

IE-zaak. Eiseres gebruikte het merk RUBY gedurende vijf jaar niet normaal voor sfeerhaarden en bio-ethanol haarden (of daaraan soortgelijke waren), zodat het depot van het merk RUBY voor deze waren in februari 2008 vervalrijp was. In de vervalrijpe periode is gedaagde het merk Ruby gaan gebruiken voor sfeerhaarden en bio-ethanolhaarden. Vervolgens hebben partijen jarenlang en met grote tussenpozen onderhandeld over co-existentie. Bij aanvang van de onderhandelingen was geen sprake van soortgelijke waren en kon eiseres zich nog niet verzetten tegen het gebruik door gedaagde van haar merk, terwijl gedaagde wel het verval van het merk van eiseres had kunnen inroepen voor de waren waarvoor gedaagde haar merk al gebruikte. Pas gedurende de onderhandelingen is eiseres begonnen met het gebruik van haar merk voor een bio-ethanolhaard die een exacte kopie is van de bio-ethanolhaard van gedaagde. Onder die omstandigheden voert gedaagde naar het oordeel van de rechtbank terecht aan dat eiseres voor zover zij dit recht heeft, misbruik maakt van recht (art. 3:13 BW) door zich thans te verzetten tegen het gebruik dat gedaagde van haar merk maakt. Hetzelfde geldt ten aanzien van het gebruik door gedaagde van haar handels- en domeinnamen. Evenmin is voldaan aan de vereisten van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE, nu gedaagde blijkens het voorgaande wel een geldige reden heeft om haar merk te gebruiken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken