Art. 3 Europees Verdrag inzake nationaliteit, Bevoegdheid van de Staat
Europees Verdrag inzake nationaliteit
1. Elke Staat bepaalt ingevolge zijn eigen wetgeving wie zijn onderdanen zijn.
2. Deze wetgeving wordt door andere Staten geaccepteerd voor zover zij overeenstemt met toepasselijke internationale verdragen, internationaal gewoonterecht en de rechtsbeginselen die in het algemeen inzake nationaliteit worden erkend.