Art. V WTO, Economische integratie
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
1. Deze Overeenkomst vormt voor geen enkel Lid een beletsel partij te zijn of te worden bij een overeenkomst tot liberalisering van de handel in diensten tussen de bij de overeenkomst aangesloten partijen, op voorwaarde dat een dergelijke overeenkomst:
a. een brede sectorale toepassing heeft1)Deze voorwaarde moet worden uitgelegd in termen van aantal sectoren, betrokken handelsvolume en dienstverleningsvormen. Om aan deze voorwaarde te voldoen, mag de overeenkomst niet bepalen dat een vorm van dienstverlening bij voorbaat is uitgesloten., en
b. voorziet in de afwezigheid of opheffing tussen partijen van nagenoeg alle vormen van discriminatie in de zin van artikel XVII in de onder a. bedoelde sectoren door middel van: hetzij bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, hetzij op basis van een redelijk tijdschema, en met uitzondering van maatregelen die op grond van de artikelen XI, XII, XIV en XIVbis zijn toegestaan.
i. opheffing van bestaande discriminerende maatregelen, en/of
ii. verbod nieuwe discriminerende maatregelen te nemen of maatregelen die een verdergaande discriminatie inhouden,
2. Om te beoordelen of aan de voorwaarden van lid 1, onder b., is voldaan, kan de verhouding tussen de overeenkomst en een breder proces van economische integratie of handelsliberalisering tussen de betrokken landen in aanmerking worden genomen.
3.
a. Wanneer ontwikkelingslanden partij zijn bij een overeenkomst van de in lid 1 genoemde soort, wordt bij het onderzoek of aan de voorwaarden van lid 1, en met name die onder b., de nodige flexibiliteit in acht genomen, in overeenstemming met hun ontwikkelingsniveau, zowel in het algemeen als per afzonderlijke sector en subsector.
b. In afwijking van lid 6 kan, wanneer uitsluitend ontwikkelingslanden partij zijn bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst, een gunstiger behandeling worden toegekend aan rechtspersonen die eigendom zijn van of die bestuurd worden door natuurlijke personen van een van de partijen bij die overeenkomst.
4. Elke in lid 1 genoemde overeenkomst wordt opgesteld om de handel tussen de partijen bij die overeenkomst te vereenvoudigen en mag het algemene niveau van belemmeringen in de handel in diensten in de desbetreffende sectoren en subsectoren voor Leden die geen partij bij de overeenkomst zijn niet verhogen in vergelijking met de situatie vóór het bestaan van die overeenkomst.
5. Wanneer een Lid bij de sluiting, de uitbreiding of een belangrijke wijziging van een in lid 1 bedoelde overeenkomst voornemens is een specifieke verbintenis in strijd met de voorwaarden in de betrokken lijst in te trekken of te wijzigen, meldt het een dergelijke wijziging of intrekking minstens 90 dagen van tevoren aan, en is de procedure van artikel XXI, leden 2, 3 en 4 van toepassing.
6. Een dienstverlener van een ander Lid die een rechtspersoon is naar het recht van een partij bij een in lid 1 genoemde overeenkomst, heeft recht op de krachtens die overeenkomst toegekende behandeling, mits hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties op het grondgebied van de partijen bij die overeenkomst.
7.
a. Leden die partij zijn bij een in lid 1 genoemde overeenkomst melden die overeenkomst en iedere uitbreiding of belangrijke wijziging daarvan onmiddellijk bij de Raad voor de Handel in Diensten aan. Ook verstrekken zij de Raad alle eventueel door hem gevraagde relevante informatie. De Raad kan een werkgroep instellen ten einde die overeenkomst, of de uitbreiding of wijziging van die overeenkomst te onderzoeken en de Raad verslag te doen over de verenigbaarheid ervan met dit artikel.
b. Leden die partij zijn bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst die op basis van een tijdschema wordt uitgevoerd, brengen de Raad voor de Handel in Diensten regelmatig verslag uit over de uitvoering van die overeenkomst. De Raad kan, indien hij dit noodzakelijk acht, een werkgroep instellen ten einde die verslagen te onderzoeken.
c. Op basis van de verslagen van de onder a. en b. bedoelde werkgroepen kan de Raad de door hem dienstig geachte aanbevelingen aan de partijen doen.
8. Een Lid dat partij bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst is, mag geen compensatie vragen voor handelsvoordelen die een ander Lid op grond van die overeenkomst kan verkrijgen.
Artikelen die hiernaar verwijzen
- Artikel 73 Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds
- Artikel 38 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds
- Artikel 70 Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds
- Artikel 6 Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds
- Artikel 7.2 Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
- Artikel 70 Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds
- Artikel 38 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds
- Artikel 55 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
- Artikel 68 Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds
- Artikel 44 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
- Artikel 67 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 77 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- Artikel 50 Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
- Artikel 120 Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds
- Artikel 78 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- Artikel 3 Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds
- Artikel 4 Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds
- Artikel 40 Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
- Artikel 45 Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds
- Artikel 68 Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds