Art. IV WTO, Grotere deelname van de ontwikkelingslanden
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
1. De grotere deelname aan de wereldhandel van de Leden die ontwikkelingsland zijn wordt bevorderd door specifieke, uit onderhandelingen voortvloeiende verbintenissen van de verschillende Leden overeenkomstig de Delen III en IV van deze overeenkomst en die betrekking hebben op:
a. de versterking van de binnenlandse capaciteit van de dienstensector van de Leden die ontwikkelingsland zijn en de verbetering van de doelmatigheid en het concurrentievermogen van deze sector, onder andere door toegang tot technologie op commerciële basis;
b. de verbetering van hun toegang tot distributiekanalen en informatienetwerken; en
c. de liberalisering van de markttoegang in sectoren en vormen van dienstverlening waarvan de export voor hen van belang is.
2. Leden die ontwikkelde landen zijn, en voor zover mogelijk ook andere Leden, richten binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst contactpunten op ter verbetering van de toegang van dienstverleners van de Leden die ontwikkelingslanden zijn tot informatie over hun respectieve markten betreffende:
a. de commerciële en technische aspecten van dienstverlening;
b. de registratie, erkenning en verkrijging van beroepskwalificaties; en
c. de beschikbaarheid van dienstentechnologie.
3. Bij de toepassing van de leden 1 en 2 zal bijzondere prioriteit worden verleend aan de Leden die minstontwikkelde landen zijn. Met name zal rekening worden gehouden met de ernstige moeilijkheden van de minstontwikkelde landen bij het aanvaarden van uit de onderhandelingen voortvloeiende specifieke verbintenissen vanwege hun bijzondere economische situatie en hun behoeften op het gebied van ontwikkeling, handel en financiën.