Art. 62 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, SLOTBEPALINGEN
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Een Verdragsluitende Staat kan op ieder ogenblik door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de wettelijke bepalingen aanwijzen die opgenomen moeten worden in de Bijlagen II en III van dit Verdrag.
2. Wijziging van de nationale bepalingen, die zijn opgenomen in de Bijlagen II of III, moet worden medegedeeld aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa indien zij de gegevens, verschaft in deze Bijlagen, onjuist maakt.
3. Wijzigingen die met toepassing van de voorafgaande leden zijn aangebracht in de Bijlagen II of III worden voor iedere Verdragsluitende Staat een maand na de datum van kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van kracht.
Vorige artikelen
- Artikel 56 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 57 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 59 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 60 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 61 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 63 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 64 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 65 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 66 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 67 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen