Art. 56 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Overige gevolgen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
De Verdragsluitende Staten nemen de wettelijke maatregelen, die zij nodig achten om hun gerechten in staat te stellen bij het wijzen van een vonnis rekening te houden met een Europees strafvonnis, dat terzake van een ander straf baar feit tevoren op tegenspraak is gewezen, zodat daaraan geheel of gedeeltelijk dezelfde gevolgen worden verbonden als die, welke zijn voorzien in hun wet voor op hun grondgebied gewezen vonnissen. Zij stellen de voorwaarden vast waaronder met een zodanig vonnis rekening wordt gehouden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
Vorige artikelen
- Artikel 51 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 52 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 53 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 54 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 55 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 57 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 59 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 60 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 61 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 62 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen