Art. 60 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, SLOTBEPALINGEN
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Een Verdragsluitende Staat kan op het ogenblik van ondertekening of op het ogenblik van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen, waarop dit Verdrag van toepassing is.
2. Een Verdragsluitende Staat kan op het ogenblik van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk later tijdstip door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangegeven grondgebied, voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor welke hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.
3. Verklaringen, afgelegd krachtens het voorgaande lid, kunnen, wat een grondgebied dat is aangewezen in deze verklaring betreft, onder de voorwaarden genoemd in artikel 66 van dit Verdrag, worden ingetrokken.
Vorige artikelen
- Artikel 54 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 55 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 56 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 57 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 59 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 61 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 62 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 63 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 64 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 65 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen