Art. 50 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Bepalingen die in het bijzonder betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van een ontzetting
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Indien de rechter de tenuitvoerlegging van de ontzetting beveelt, stelt hij de duur daarvan vast binnen de grenzen, voorgeschreven in zijn eigen wetgeving, zonder evenwel de grenzen die zijn vastgesteld in het strafvonnis dat in de verzoekende Staat is gewezen, te mogen overschrijden.
2. De rechter kan de ontzetting beperken tot een deel van de rechten waarvan het verlies of de opschorting is opgelegd.
Vorige artikelen
- Artikel 45 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 46 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 47 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 48 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 49 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 51 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 52 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 53 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 54 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 55 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen