Art. 46 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Bepalingen die in het bijzonder betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van geldboeten of verbeurdverklaringen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Indien het verzoek om tenuitvoerlegging de verbeurdverklaring van een bepaald voorwerp betreft, kan de rechter of de krachtens artikel 37 aangewezen autoriteit de verbeurdverklaring van dat voorwerp slechts bevelen, indien zulks volgens de wet van de aangezochte Staat voor hetzelfde feit mogelijk is.
2. Het staat de rechter of de krachtens artikel 37 aangewezen autoriteit echter vrij de verbeurdverklaring die is opgelegd in de verzoekende Staat te handhaven, indien die sanctie voor hetzelfde feit niet is voorzien in de wet van de aangezochte Staat, maar die wet wel zwaardere sancties toelaat.
Vorige artikelen
- Artikel 41 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 42 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 43 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 44 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 45 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 47 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 48 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 49 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 50 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 51 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen