Art. 13 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, Specialiteitsbeginsel
Van het beginsel dat een persoon in het aanvragende land slechts kan worden lastig gevallen voor een feit waarvoor zijn uitlevering is verkregen, het zgn. specialiteitsbeginsel, kan op grond van het onderhavige artikel in drie gevallen worden afgeweken:
a) indien het land dat de uitlevering toestond ermee instemt;
b) indien de uitgeleverde het aanvragende land niet binnen vijftien dagen na zijn definitieve vrijlating heeft verlaten;
c) indien de uitgeleverde, hetzij voor een rechterlijke autoriteit van het aangezochte land, hetzij voor een rechterlijke autoriteit van het aanvragende land uitdrukkelijk van het specialiteitsbeginsel afstand doet.
De onder c) omschreven afwijking van het specialiteitsbeginsel komt niet voor in de Europese overeenkomst.
Het tweede lid van het onderhavige artikel bepaalt dat het aanvragende land bevoegd is de nodige maatregelen te nemen om de uitgeleverde na zijn vrijlating van zijn grondgebied te verwijderen. Het spreekt vanzelf dat die maatregelen eventueel met vrijheidsbeneming gepaard kunnen gaan.
Het specialiteitsbeginsel verzet er zich op grond van het bepaalde in het derde lid niet tegen dat de kwalificatie, welke bij het verzoek om uitlevering aan een feit werd gegeven, tijdens de berechting verandering ondergaat, mits het feit ook onder deze nieuwe kwalificatie tot de feiten waarvoor uitlevering kan worden toegestaan, blijft behoren.
Vorige artikelen
- Artikel 6 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 9 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 10 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 11 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 12 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Volgende artikelen
- Artikel 14 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 15 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 16 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 18 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 19 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden