Art. 6 Wet op de Nederlandse identiteitskaart, Overige algemene bepalingen

Wet op de Nederlandse identiteitskaart

Eenieder die, anders dan voor ambtelijke doeleinden of ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, in het bezit is van een Nederlandse identiteitskaart waarvan hij niet de houder is, draagt zorg dat het onverwijld ter beschikking komt van een ingevolge deze wet tot inhouding bevoegde autoriteit of bij de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, die daartoe op grond van artikel 50b, tweede lid, van de Paspoortwet bevoegd is.