Art. 8 Wet op de Nederlandse identiteitskaart, Overige algemene bepalingen
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet in een openbaar lichaam en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.