Art. 50b Ppw, Inhouding en inlevering
1. Bevoegd tot het inhouden van reisdocumenten zijn:
a. de autoriteiten, die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van een aanvraag voor reisdocumenten;
b. de autoriteiten belast met de grensbewaking, de politie en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen;
c. de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 en 19, in de situatie bedoeld in artikel 52;
d. de autoriteiten, die op grond van artikel 15 van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart.
2. De Gouverneur en, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten, zijn tevens bevoegd tot het inhouden van Nederlandse identiteitskaarten. Artikel 54 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor de toepassing van dat artikel in plaats van «reisdocument» wordt gelezen «Nederlandse identiteitskaart»;
b. voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, in plaats van «artikel 47 of 48» wordt gelezen «artikel 30 of 31 van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart»;
c. voor de toepassing van het tweede lid in plaats van «artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, h of i» wordt gelezen «artikel 30, onderdelen a, c, f of g, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart».