Art. 2.2 Woo, Reikwijdte
1. Deze wet is van toepassing op:
a. bestuursorganen;
b. de Kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal;
c. de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden;
d. de Raad van State, tenzij de Raad het koninklijk gezag uitoefent, en met uitzondering van de Afdeling bestuursrechtspraak;
e. de Algemene Rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, en ombudsmannen en ombudscommissies als bedoeld in artikel 9:17, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Voor de toepassing van deze wet worden de organen, personen en colleges, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, die op grond van de Algemene wet bestuursrecht geen bestuursorgaan zijn, gelijk gesteld met een bestuursorgaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4594
- HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:723
- Conclusie A-G de Bock 10 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:750
- Rb. Rotterdam 18 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12675
- Rb. Noord-Holland 8 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3668
- Rb. Midden-Nederland 11 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2789
- Rb. Den Haag 4 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16439
- Rb. Amsterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2953
- Rb. Rotterdam 17 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:486
- Rb. Noord-Holland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2611
- Rb. Midden-Nederland 16 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7434
- Rb. Limburg 4 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6402
- Rb. Den Haag 24 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9648
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5882