Rb. Rotterdam 18 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12675
Veelprocedeerder. Uit artikel 2.2 lid 1 onder d Woo volgt dat de Woo van toepassing is op de Raad van State, tenzij de Raad het koninklijk gezag uitoefent, en met uitzondering van de Afdeling. Nu door eiser is verzocht om openbaarmaking van gegevens over (voorgenomen) uitspraken van de Afdeling is de Woo dus niet van toepassing. Omdat de Raad van State en zijn Afdelingen op grond van art. 1:1 lid 2 onder d Awb voorts geen bestuursorgaan zijn, kan de secretaris geen besluit nemen als bedoeld in artikel 1:3 lid 1 Awb. Dit betekent niet alleen dat de eerdere brief van 6 mei 2024 geen besluit oplevert, maar voorts dat de brief van 10 juni 2024 geen besluit op bezwaar is als bedoeld in artikel 7:1 lid 2 Awb. Omdat er – anders dan partijen veronderstellen – in deze zaak dus geen enkele beslissing van een bestuursorgaan voorligt, is de bestuursrechter niet bevoegd kennis te nemen van het beroep (vgl. ECLI:NL:RVS:2017:3318 en ECLI:NL:RVS:2023:3391).
De uitspraak op rechtspraak.nl