Rb. Amsterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2953

Verzetszaken n.a.v. gegrond beroep niet tijdig beslissen. In de buiten-zittingsuitspraken heeft de rechtbank het beroep in beide zaken gegrond verklaard omdat, ook na een eerdere opdracht daartoe van de rechtbank, opposant niet tijdig had beslist op 2 Woo-verzoeken van eiser, ingediend bij de Belastingdienst. Opposant voert in verzet aan dat de rechtbank zich onbevoegd had moeten verklaren, omdat geen sprake was het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan. Eiser heeft beide Woo-verzoeken via de digitale Woo-postbus van zowel de Belastingdienst als het Ministerie van Financiën ingediend. De Belastingdienst is volgens opposant echter geen bestuursorgaan, omdat zij niet met openbaar gezag is bekleed, en valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën als bestuursorgaan. Het verzet slaagt niet. Anders dan de minister betoogt is voor de vraag of de Belastingdienst een bestuursorgaan blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de Awb bepalend of sprake is van een publiekrechtelijke grondslag. De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst een publiekrechtelijke grondslag heeft, gelet op het bepaalde in artikel 1, tweede lid, artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling. De Belastingdienst is daarom een bestuursorgaan.Nu vaststaat dat de Belastingdienst geen besluit heeft genomen op de Woo-verzoeken, heeft de rechtbank in de buiten-zittingsuitspraken terecht geoordeeld dat de beslistermijn is verstreken. Eiser heeft dan ook nog altijd procesbelang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken