Art. 4.5 Wet natuurbescherming, Houtopstanden
1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de gevelde houtopstand.
3. Onverminderd het eerste lid, kunnen gedeputeerde staten van artikel 4.2, eerste lid, of artikel 4.3, eerste, tweede of vijfde lid, ontheffing verlenen.
4. Provinciale staten kunnen bij verordening geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van artikel 4.2, eerste lid, of artikel 4.3, eerste, tweede of vijfde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 24 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:249
- ABRvS 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:379
- ABRvS 21 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2823
- ABRvS 19 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4863
- ABRvS 23 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4515
- ABRvS 7 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3203
- ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3904
- Rb. Oost-Brabant 11 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1145
- Rb. Noord-Nederland 7 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4604
- Rb. Noord-Nederland 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3016
- Rb. Midden-Nederland 12 januari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:58
- Rb. Limburg 18 december 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:7355